|
|
% |
Het betrouwbaarheidsniveau is de mate van
onzekerheid die je wil toelaten.Een betrouwbaarheidsniveau van 95%,
bijvoorbeeld, betekent dat je voor 95% zeker weet dat het werkelijke
resultaat binnen het betrouwbaarheidsinterval valt. Het
betrouwbaarheidsinterval loopt van het steekproefresultaat min z* maal de
standaardfout tot het steekproefresultaat plus z* maal de standaardfout.
De waarde van z* is afhankelijk van het betrouwbaarheidsniveau. Bij 95%
is dit 1,96, bij 99% is dit 2,576.
|
|
|
|
Hoe groot is de totale polulatie waaruit je een steekproef trekt? Richt
je onderzoek zich op HBO-studenten Informatica in Nederland, ga dan na
hoeveel dit er in totaal zijn. Is de populatiegrootte onbekend, kies dan
20.000 (boven de 20.000 is de invloed van de populatiegrootte op de
steekproefgrootte minimaal). |
|
Spreiding
|
% |
Wanneer je niet weet wat de verdeling van scores zal zijn, kies je 50%.
Is, bijvoorbeeld, uit vorig onderzoek gebleken dat 70% van de respondenten
kiest voor optie A en 30% voor optie B en de kans groot is dat
respondenten in een volgende steekproef ook een voorkeur hebben voor optie
A, dan kies je een spreiding van 70% (of 30%, dit blijft hetzelfde).
Welk resultaat verwacht je voor elke vraag? Wanneer
de antwoorden uit de steekproef nogal fel in eenzelfde richting wijzen,
dan is dit wellicht ook zo in de populatie. Wanneer je dit niet weet,
gebruik dan 50%. Zo verkrijg je de maximale
steekproefgrootte.
|